Books stacked like steps on a wooden table, with a vase and a cup of green tea

Studietypes uitgelegd: van anekdote tot meta-analyse

Bewijslabel: Goed onderzocht (als onderzoeksmethode) Dit label gaat over de onderzoeksmethoden die we hier uitleggen. De studies die we als voorbeeld gebruiken, houden het label van de artikelen waaruit ze komen, en geen ervan is een belofte over wat een oefening voor jou doet.

Auteur: Raymond Hackland · Laatst nagekeken: 20 oktober 2026 · Leestijd: ongeveer 10 minuten

In het kort

Waar het over gaat: Een tocht omhoog langs de ‘ladder’ van studietypes, van het persoonlijke verhaal tot de systematische review. Per trede: wat die je wel en niet kan vertellen. Dit artikel hoort bij onze reeks ‘Bewijs begrijpen’ en bouwt voort op Een gezondheidsstudie lezen in 5 minuten.

Wat het onderzoek zegt: Onderzoekers zijn het grotendeels eens over hoeveel gewicht elk onderzoeksontwerp kan dragen. De Oxford-niveaus van bewijs [1] en het GRADE-systeem [2, 3] zijn de standaardinstrumenten, en het Cochrane Handbook beschrijft hoe auteurs van reviews het risico op vertekening beoordelen en GRADE toepassen [5–8]. De ladder is een vuistregel, geen wet. Een goed uitgevoerde studie lager op de ladder kan meer zeggen dan een slordige hogerop, en GRADE beoordeelt al het bewijs per uitkomst, niet losse studies [3]. Onze treden zijn een hulpmiddel om te leren; de Oxford-niveaus van bewijs zijn anders genummerd.

Wat het betekent voor je beoefening: Hoor je ‘onderzoek toont aan’, dan is de eerste nuttige vraag: ‘Wat voor onderzoek?’ Het antwoord vertelt je meer dan de kop.

Wat de wetenschap zegt

Label: Goed onderzocht (als onderzoeksmethode). Elk voorbeeld houdt het label van het artikel waaruit het komt.

Elk onderzoeksontwerp probeert één vraag te beantwoorden: heeft dit dat veroorzaakt, of kan iets anders het verklaren? De ontwerpen verschillen in hoe goed ze dat ‘iets anders’ uitsluiten. Hier zijn ze, van de onderste trede van de ladder naar de bovenste.

Trede 1: persoonlijke ervaring en anekdote

Wat je in je eigen beoefening merkt, en wat anderen je over de hunne vertellen. Op deze website heeft dat een eigen label, Ervaring uit de praktijk: het ‘beschrijft wat ik in mijn eigen beoefening merk en wat deelnemers aan mijn immersies steeds weer vertellen’, en het ‘staat altijd naast een bewijslabel, nooit in plaats daarvan’ (Onze labels).

  • Wat het je kan vertellen: hoe een oefening van binnenuit voelt, wat mensen eraan waarderen en welke vragen het onderzoeken waard zijn.
  • Wat het je niet kan vertellen: of de oefening veroorzaakte wat je merkte. Op een goede dag verandert er veel tegelijk: rust, stemming, verwachting, de groep, het seizoen. Veel klachten worden na verloop van tijd ook vanzelf minder. Een verhaal kan de oefening niet loskoppelen van al het andere.

Label van deze trede: Goed onderzocht (als onderzoeksmethode) · 🟣 Ervaring uit de praktijk (wat het label betekent).

Trede 2: casusbeschrijvingen en casusreeksen

Een casusbeschrijving beschrijft één persoon in detail, een casusreeks een handvol mensen. Ze worden geschreven en gepubliceerd door artsen of onderzoekers en zijn daardoor gestructureerder dan een verhaal. Een overzicht van dit genre noemt als sterke punten: nieuwe dingen opmerken, hypotheses opwerpen en individuele gevallen nauwkeurig beschrijven. De beperkingen: de resultaten zijn niet te generaliseren, oorzaak en gevolg zijn er niet mee aan te tonen, en er is een reëel risico op overinterpretatie en publicatiebias [11].

De literatuur over neuriën heeft een duidelijk voorbeeld: een gepubliceerde casusbeschrijving van iemand met ernstige chronische bijholteontsteking die op de eerste avond bij het slapengaan een uur krachtig neuriede, en daarna vier dagen lang viermaal per dag 60 tot 120 keer [16]. Ons artikel Neuriën en stikstofmonoxide in de neus noemt het alleen om te laten zien waarom het geen bewijs van een effect is: één persoon, geen vergelijking, en een auteur die ook de verklaring voorstelde.

In de Oxford-niveaus van bewijs staan casusreeksen voor de vraag ‘Helpt deze interventie?’ op niveau 4 van 5 [1].

Label van het voorbeeld: Eerste aanwijzingen (neuriën en stikstofmonoxide in de neus).

Een zijstap: laboratorium- en mechanismestudies

Veel krantenkoppen steunen op studies die een mechanisme meten, geen gezondheidsuitkomst. In de neuriestudie uit 2002 werd bij tien gezonde vrijwilligers het stikstofmonoxide in de neus gemeten. Dat was tijdens het neuriën 15 keer hoger dan bij rustig uitademen [17]. Het is een zorgvuldige, gecontroleerde meting en de bevinding is echt. Maar wat gemeten wordt is een gas in de neus, niet gezondheid. Wie daaruit een gezondheidseffect afleidt, gebruikt wat de Oxford-niveaus ‘redeneren op basis van een mechanisme’ noemen. Voor de vraag of een behandeling helpt, staat dat op niveau 5, het laagste [1].

Label van het voorbeeld: Eerste aanwijzingen (neuriën en stikstofmonoxide in de neus).

Trede 3: dwarsdoorsnedeonderzoek

Een momentopname: onderzoekers meten veel mensen één keer en vergelijken bijvoorbeeld mensen die al lang qigong beoefenen met mensen die dat niet doen. Zulk onderzoek is snel uit te voeren en goed om te beschrijven hoe vaak iets voorkomt. Oorzaak en gevolg kan het niet uit elkaar halen [12].

Stel dat een enquête zou vinden dat mensen die al jaren qigong doen een beter evenwicht hebben dan niet-beoefenaars. Dat kan betekenen dat de oefening het evenwicht ten goede komt. Het kan ook betekenen dat mensen met een goed evenwicht eerder volhouden, of dat beoefenaars ook op andere punten verschillen (leeftijd, beweging, inkomen). Tai-chi-onderzoekers hebben dwarsdoorsnedeonderzoek bij ervaren beoefenaars voorgesteld als één ontwerp naast andere. Een van de moeilijkheden die ze noemen: korte studies weerspiegelen mogelijk niet wat langdurige beoefening doet [15].

Trede 4: cohortonderzoek en patiënt-controleonderzoek

Dit zijn observationele studies die de tijd volgen.

  • Een cohortonderzoek volgt een groep in de tijd en houdt bij wie een bepaalde uitkomst krijgt. Omdat het de gebeurtenissen in hun volgorde vastlegt, helpt het oorzaak en gevolg te onderscheiden [12].
  • Een patiënt-controleonderzoek begint aan de andere kant. Het neemt mensen met een bepaalde uitkomst en vergelijkbare mensen zonder, en kijkt terug naar wat er anders was. Dat maakt het nuttig voor zeldzame uitkomsten en om hypotheses op te werpen [12], maar het leunt op dossiers of op het geheugen.
  • Wat ze je kunnen vertellen: patronen op lange termijn, zeldzame gebeurtenissen en schade, dingen die je in een gerandomiseerde studie om ethische redenen nooit zou toewijzen.
  • Wat niet: verstorende factoren (confounding) uitsluiten. Mensen die voor qigong kiezen, verschillen misschien op allerlei punten van mensen die dat niet doen, en geen statistische correctie vangt elk verschil.

Daarom laat GRADE bewijs uit observationeel onderzoek beginnen bij ‘laag’ en bewijs uit gerandomiseerde studies bij ‘hoog’ [3]. In bijzondere gevallen kan het oordeel over observationeel bewijs worden verhoogd. De belangrijkste reden is een groot effect: laten zorgvuldige studies minstens een verdubbeling of halvering van het risico zien, dan kan het oordeel één niveau omhoog; bij een zeer groot effect, minstens een vervijfvoudiging of een daling tot een vijfde, twee niveaus. Andere redenen zijn een dosis-responsrelatie, of verstorende factoren die het effect eerder zouden verbergen [4].

Trede 5: niet-gerandomiseerde gecontroleerde studies

Hier vergelijken onderzoekers wel een groep die oefent met een groep die dat niet doet, maar het toeval bepaalt niet wie waar terechtkomt. Misschien kiezen mensen zelf hun groep, of zijn de patiënten van vorig jaar de vergelijking. Vergeleken met één groep die voor en na wordt gemeten, is dat een echte stap vooruit. Maar de groepen kunnen vanaf het begin verschillen (verstorende factoren en selectiebias). Het Cochrane Handbook wijdt een apart hoofdstuk aan deze studies en raadt aan om hun risico op vertekening te beoordelen met een eigen instrument: ROBINS-I, ontwikkeld door Sterne en collega’s [7, 9]. Wordt dat gebruikt, dan begint zulk bewijs weliswaar bij ‘hoog’, maar wordt het oordeel om precies die redenen doorgaans twee niveaus verlaagd. Zo komt het meestal toch op ‘laag’ uit, net als zonder het instrument [5].

Trede 6: gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s)

In een gerandomiseerde studie bepaalt het toeval wie de oefening doet en wie in de vergelijkingsgroep komt. Gemiddeld brengt dat alles in evenwicht wat de uitkomst zou kunnen beïnvloeden, ook dingen die niemand had bedacht te meten. Daarom laat GRADE gerandomiseerde studies beginnen bij ‘hoog’ [3]. Goed uitgevoerd moeten ze nog steeds zijn. De Cochrane-beoordeling van het risico op vertekening vraagt onder meer hoe er gerandomiseerd is, of deelnemers de toegewezen interventie ook echt kregen, of er gegevens ontbreken, hoe de uitkomsten zijn gemeten en of resultaten selectief zijn gerapporteerd [6].

Twee dingen zijn in onderzoek naar lichaam-geestoefeningen en qigong bijzonder lastig:

  1. Blindering. In een geneesmiddelenstudie kan een placebopil verbergen wie wat krijgt. In een qigongstudie kun je niet oefenen zonder het te weten. Onderzoekers hebben tai chi beschreven als een complexe interventie met veel onderdelen. Door de lichamelijke, mentale en rituele elementen zijn specifieke en niet-specifieke effecten moeilijk te scheiden, en ook een valide schijnbehandeling als controle is moeilijk te ontwerpen [14]. Dat doet ertoe, want een grote analyse van 146 meta-analyses liet zien dat ontbrekende blindering in studies met subjectieve uitkomsten samenging met overschatte effecten, terwijl er bij objectieve uitkomsten weinig aanwijzing voor zo’n vertekening was [13]. Kortademigheid en kwaliteit van leven zijn subjectief. Loopafstand wordt gemeten, en soms kan degene die meet geblindeerd worden.
  2. De keuze van de controlegroep. ‘Gebruikelijke zorg’ of een wachtlijst vertelt je of oefening plus aandacht beter uitpakt dan geen extra aandacht. Een ‘actieve’ controle, zoals een andere zachte bewegingsvorm of een gezondheidscursus, komt dichter bij de vraag of deze oefening het verschil maakt. De systematische review uit 2020 van Liu Zi Jue-studies bij chronische longziekte (COPD) omvatte 14 gerandomiseerde studies met 920 patiënten, en de controlegroepen kregen gebruikelijke zorg. De auteurs noemen methodologische vertekening en het placebo-effect als redenen waarom meer onderzoek nodig is [18].

Label van het voorbeeld: Eerste aanwijzingen (Liu Zi Jue).

Trede 7: systematische reviews en meta-analyses

Een systematische review legt vraag en methoden vooraf vast. Ze zoekt alle passende studies, beoordeelt bij elke studie het risico op vertekening en vat de resultaten samen. Een meta-analyse voegt de statistiek toe: ze combineert de cijfers tot één schatting met een betrouwbaarheidsinterval. Cochrane-reviews volgen bijzonder strenge methoden. Het handboek opent zijn hoofdstuk over meta-analyse met ‘Do not start here!’ (‘Begin hier niet!’). Dat herinnert eraan dat samenvoegen pas zin heeft als de vraag, de zoektocht en de kwaliteitsbeoordeling kloppen [8].

  • Wat ze je kunnen vertellen: de algemene richting en grootte van een effect over veel studies heen, en hoe consistent dat is.
  • Wat niet: de opgenomen studies repareren. Voeg je veel kleine, niet-geblindeerde studies samen, dan krijg je een schatting die precies oogt, maar net zo precies vertekend kan zijn. Verschillende reviews over hetzelfde onderwerp delen vaak dezelfde studies; drie reviews zijn dus geen drie onafhankelijke bevestigingen. Ons artikel Qigong en tai chi: wat systematische reviews zeggen bespreekt dat voor Liu Zi Jue: drie reviews met overlappende zoekperiodes delen daar waarschijnlijk veel studies.

Sommige methodologen stellen daarom voor om systematische reviews niet te zien als de top van de piramide, maar als een lens waardoor je naar de andere studies kijkt [10].

Hoe GRADE dit alles omzet in een oordeel over betrouwbaarheid

GRADE beoordeelt al het bewijs voor één uitkomst, op vier niveaus: hoog, redelijk, laag en zeer laag [2, 3].

  • Startpunt: gerandomiseerde studies beginnen hoog, observationele studies laag [3].
  • Verlagen, meestal één niveau per probleem, of twee bij zeer ernstige problemen: risico op vertekening, tegenstrijdige resultaten, indirectheid (de studies passen niet helemaal bij de vraag), onnauwkeurigheid en publicatiebias [3, 5].
  • Verhogen, vooral bij observationeel bewijs: een groot effect, een dosis-responsrelatie, of plausibele verstorende factoren die het waargenomen effect eerder kleiner zouden maken [4].

Dezelfde review kan voor verschillende uitkomsten tot verschillende oordelen komen. In de Cochrane-review over beweging om valpartijen te voorkomen bij ouderen die thuis wonen, verminderde tai chi het aantal mensen dat viel met ongeveer 20%: relatief risico 0,80, 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,70 tot 0,91, uit 8 studies met 2.677 deelnemers, bij hoge betrouwbaarheid. Tai chi vermindert mogelijk ook de valfrequentie (het aantal valpartijen per persoon in een bepaalde periode) met ongeveer 19%: rate ratio (verhouding tussen de valfrequenties) 0,81, 0,67 tot 0,99, uit 7 studies met 2.655 deelnemers. Dat resultaat heeft maar een lage betrouwbaarheid, en daarom formuleert de review het voorzichtig (‘may’, ‘mogelijk’) [19]. Eén oefening, één review, twee uitkomsten, twee niveaus van betrouwbaarheid.

Label van het voorbeeld: Goed onderzocht (tai chi en vallen; zie Qigong en tai chi: wat systematische reviews zeggen).

De ladder op één kaart: – Persoonlijke ervaring: vertelt hoe het voelt, niet wat de oorzaak was. – Casusbeschrijving of casusreeks: ziet nieuwe dingen; kan geen oorzaak aantonen. – Laboratorium- of mechanismestudie: laat zien hoe iets zou kunnen werken; geen uitkomst. – Dwarsdoorsnedeonderzoek: een momentopname; zegt niet wat er eerst was. – Cohort- of patiënt-controleonderzoek: volgt de tijd; kan verstorende factoren niet uitsluiten. – Niet-gerandomiseerde gecontroleerde studie: heeft een vergelijking; de groepen kunnen verschillen. – Gerandomiseerde studie: het toeval brengt de groepen in evenwicht; blindering en de keuze van de controlegroep blijven belangrijk. – Systematische review of meta-analyse: het overzicht; niet beter dan de studies erin. – GRADE: hoe zeker we kunnen zijn, uitkomst voor uitkomst.

Eén studie is een beginpunt, waar ze ook staat. Waarom dat zo is, met steekproefgrootte, herhaling en p-waarden in gewone taal, is het onderwerp van het volgende artikel in deze reeks: Waarom één studie niet genoeg is (verschijnt binnenkort).

Wat de traditie zegt

Label voor dit deel: Alleen traditie.

De klassieke teksten en de overdracht van leraar of lerares op leerling zijn een ander soort kennis, en ze staan helemaal niet op deze ladder. Ze leggen vast wat er beoefend, onderwezen en geloofd werd, en ze worden bestudeerd met de instrumenten van de geschiedschrijving: datering, auteurschap, het vergelijken van uitgaven. Zo behandelen onze artikelen Liu Zi Jue: waar de Zes Helende Klanken vandaan komen en Wat is qigong? Een introductie die bronnen. Als een tekst zegt dat een klank een orgaan ‘bestuurt’, laat dat zien wat de schrijver onderwees; het is geen meting. Omgekeerd maakt het een traditioneel idee niet waardeloos dat onderzoek het niet heeft getest: ‘Alleen traditie’ zegt iets over het bewijs, niet over de waarde.

Waar populaire beweringen verder gaan dan het bewijs

Label voor dit deel: Speculatief.

‘Duizenden jaren beoefening is het grootste onderzoek dat er is.’ Een lange overlevering laat zien dat mensen een oefening waardeerden. Een vergelijking is het niet: niemand heeft bijgehouden wie het zonder de oefening net zo goed zou hebben gedaan, en oefeningen kunnen ook om culturele redenen blijven bestaan. Een lange geschiedenis hoort bij de traditie, niet op de bewijsladder.

‘Een meta-analyse heeft het bewezen.’ Een meta-analyse is maar zo goed als de studies die ze samenvoegt [8]. Kijk naar het oordeel over de betrouwbaarheid, als de review dat geeft, en naar de vraag of de studies klein of niet-geblindeerd waren.

‘Alleen gerandomiseerde studies tellen, de rest is waardeloos.’ Ook te simpel. Casusbeschrijvingen brengen nieuwe problemen en schade aan het licht [11], en observationeel onderzoek kan dingen bestuderen die in gerandomiseerde studies niet te onderzoeken zijn [12]. Elk ontwerp beantwoordt sommige vragen goed en andere slecht.

‘Biologisch klopt het, dus het moet werken.’ Een plausibel mechanisme is de laagste trede voor de vraag of iets helpt [1]. Veel plausibele mechanismen hielden in studies geen stand.

‘Mijn ervaring bewijst dat het werkt.’ Je ervaring is echt en verdient het om serieus genomen te worden; op deze website heeft ze het label Ervaring uit de praktijk. Maar ze kan de oefening niet loskoppelen van al het andere dat tegelijk veranderde.

Wat dit met de Zes Helende Klanken, qigong en neigong te maken heeft

Label voor dit deel: Eerste aanwijzingen (onderzoek naar Liu Zi Jue) · Alleen traditie (qi, koppeling aan organen, begrippen uit de neigong) · 🟣 Ervaring uit de praktijk (mijn beoefening en verhalen van deelnemers).

Zo staan de onderwerpen van deze website op de ladder:

  • Neuriën en stikstofmonoxide in de neus: kleine laboratoriumstudies, waarvan we er hier één aanhalen [17] (de andere bespreekt ons artikel Neuriën en stikstofmonoxide in de neus), en één casusbeschrijving [16]. Niveau van het mechanisme; geen gezondheidsuitkomsten.
  • Liu Zi Jue bij COPD: een systematische review van kleine gerandomiseerde studies met gebruikelijke zorg als controle, in één patiëntengroep, onderzocht naast de medische zorg [18]. Eerste aanwijzingen.
  • Tai chi en vallen bij ouderen: een Cochrane-review met hoge betrouwbaarheid voor de ene uitkomst en lage voor een andere [19].
  • Qi, de koppeling van de zes klanken aan organen en het innerlijke werk van de neigong: traditionele begrippen. Ze staan niet op de ladder en zijn, zoals ze meestal worden geformuleerd, waarschijnlijk niet te toetsen.
  • Mijn eigen door muziek ondersteunde beoefening: geen enkele studie heeft haar onderzocht. Wat ik in mijn beoefening merk en wat deelnemers mij vertellen, is Ervaring uit de praktijk: eerlijk, het aanhoren waard en een bron van goede vragen, maar geen bevinding. Daarom houdt elk artikel hier die twee uit elkaar.

Heb je gezondheidsklachten, lees dan eerst Wie voorzichtig moet zijn met ademoefeningen.

Resonance Heritage Qi is een persoonlijke, door muziek ondersteunde beoefening, geïnspireerd op Liu Zi Jue: ermee verbonden, maar geen vervanging van de traditionele vorm of van lessen bij een leraar of lerares uit die traditie. Geen enkele studie heeft haar onderzocht, en we doen geen uitspraken over haar effecten.

Vond je dit artikel waardevol? Haal dan mijn gratis oefengids voor de zes klanken in huis. Schrijf je hieronder in, bevestig je e-mailadres en hij komt eraan.

Bronnen

  1. OCEBM Levels of Evidence Working Group (Howick J, Chalmers I, Glasziou P, Greenhalgh T, Heneghan C, Liberati A, Moschetti I, Phillips B, Thornton H, Goddard O, Hodgkinson M), 2011. The Oxford 2011 Levels of Evidence. Oxford Centre for Evidence-Based Medicine. https://www.cebm.ox.ac.uk/files/levels-of-evidence/cebm-levels-of-evidence-2-1.pdf
  2. Guyatt GH, Oxman AD, Vist GE, Kunz R, Falck-Ytter Y, Alonso-Coello P, Schünemann HJ; GRADE Working Group, 2008. GRADE: an emerging consensus on rating quality of evidence and strength of recommendations. BMJ 336(7650):924–926. https://doi.org/10.1136/bmj.39489.470347.AD
  3. Balshem H, Helfand M, Schünemann HJ, Oxman AD, Kunz R, Brozek J, Vist GE, Falck-Ytter Y, Meerpohl J, Norris S, Guyatt GH, 2011. GRADE guidelines: 3. Rating the quality of evidence. Journal of Clinical Epidemiology 64(4):401–406. https://doi.org/10.1016/j.jclinepi.2010.07.015
  4. Guyatt GH, Oxman AD, Sultan S, Glasziou P, Akl EA, Alonso-Coello P, et al.; GRADE Working Group, 2011. GRADE guidelines: 9. Rating up the quality of evidence. Journal of Clinical Epidemiology 64(12):1311–1316. https://doi.org/10.1016/j.jclinepi.2011.06.004
  5. Schünemann HJ, Higgins JP, Vist GE, Glasziou P, Akl EA, Skoetz N, Guyatt GH. Chapter 14: Completing ‘Summary of findings’ tables and grading the certainty of the evidence (last updated August 2023). In: Higgins JP, Thomas J, Chandler J, Cumpston M, Li T, Page MJ, et al. (eds). Cochrane Handbook for Systematic Reviews of Interventions, version 6.5. Cochrane, 2024. https://www.cochrane.org/authors/handbooks-and-manuals/handbook/current/chapter-14
  6. Higgins JP, Savović J, Page MJ, Elbers RG, Sterne JAC. Chapter 8: Assessing risk of bias in a randomized trial (last updated October 2019). In: Cochrane Handbook, version 6.5, 2024. https://www.cochrane.org/authors/handbooks-and-manuals/handbook/current/chapter-08
  7. Reeves BC, Deeks JJ, Higgins JP, Shea B, Tugwell P, Wells GA. Chapter 24: Including non-randomized studies on intervention effects (last updated October 2019). In: Cochrane Handbook, version 6.5, 2024. https://www.cochrane.org/authors/handbooks-and-manuals/handbook/current/chapter-24
  8. Deeks JJ, Higgins JP, Altman DG, McKenzie JE, Veroniki AA (eds). Chapter 10: Analysing data and undertaking meta-analyses (last updated November 2024). In: Cochrane Handbook, version 6.5, 2024. https://www.cochrane.org/authors/handbooks-and-manuals/handbook/current/chapter-10
  9. Sterne JA, Hernán MA, Reeves BC, Savović J, Berkman ND, Viswanathan M, et al., 2016. ROBINS-I: a tool for assessing risk of bias in non-randomised studies of interventions. BMJ 355:i4919. https://doi.org/10.1136/bmj.i4919
  10. Murad MH, Asi N, Alsawas M, Alahdab F, 2016. New evidence pyramid. Evidence-Based Medicine 21(4):125–127. https://doi.org/10.1136/ebmed-2016-110401
  11. Nissen T, Wynn R, 2014. The clinical case report: a review of its merits and limitations. BMC Research Notes 7:264. https://doi.org/10.1186/1756-0500-7-264
  12. Mann CJ, 2003. Observational research methods. Research design II: cohort, cross sectional, and case-control studies. Emergency Medicine Journal 20(1):54–60. https://doi.org/10.1136/emj.20.1.54
  13. Wood L, Egger M, Gluud LL, Schulz KF, Jüni P, Altman DG, Gluud C, Martin RM, Wood AJ, Sterne JA, 2008. Empirical evidence of bias in treatment effect estimates in controlled trials with different interventions and outcomes: meta-epidemiological study. BMJ 336(7644):601–605. https://doi.org/10.1136/bmj.39465.451748.AD
  14. Wayne PM, Kaptchuk TJ, 2008. Challenges inherent to t’ai chi research: part I – t’ai chi as a complex multicomponent intervention. Journal of Alternative and Complementary Medicine 14(1):95–102. https://doi.org/10.1089/acm.2007.7170a
  15. Wayne PM, Kaptchuk TJ, 2008. Challenges inherent to t’ai chi research: part II – defining the intervention and optimal study design. Journal of Alternative and Complementary Medicine 14(2):191–197. https://doi.org/10.1089/acm.2007.7170b
  16. Eby GA, 2006. Strong humming for one hour daily to terminate chronic rhinosinusitis in four days: a case report and hypothesis for action by stimulation of endogenous nasal nitric oxide production. Medical Hypotheses 66(4):851–854. https://doi.org/10.1016/j.mehy.2005.11.035
  17. Weitzberg E, Lundberg JO, 2002. Humming greatly increases nasal nitric oxide. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine 166(2):144–145. https://doi.org/10.1164/rccm.200202-138BC
  18. Xiao L, Duan H, Li P, Wu W, Shan C, Liu X, 2020. A systematic review and meta-analysis of Liuzijue in stable patients with chronic obstructive pulmonary disease. BMC Complementary Medicine and Therapies 20:308. https://doi.org/10.1186/s12906-020-03104-1
  19. Sherrington C, Fairhall NJ, Wallbank GK, Tiedemann A, Michaleff ZA, Howard K, Clemson L, Hopewell S, Lamb SE, 2019. Exercise for preventing falls in older people living in the community. Cochrane Database of Systematic Reviews 1:CD012424. https://doi.org/10.1002/14651858.CD012424.pub2

Over de kwaliteit van de bronnen: – [1] tot en met [9] zijn standaardwerken over methodologie in evidence-based medicine: de Oxford-tabel met niveaus van bewijs, drie artikelen van de GRADE-werkgroep, vier hoofdstukken uit het huidige Cochrane Handbook en het artikel over het instrument ROBINS-I. [10] is een kort commentaar op de bewijspiramide. – [11] en [12] zijn narratieve reviews over onderzoeksontwerpen. [13] is een grote meta-epidemiologische studie (146 meta-analyses, 1.346 studies). [14] en [15] zijn methodologische discussiestukken over tai-chi-onderzoek. – [16] tot en met [19] zijn voorbeelden die onze andere artikelen al bespreken: een casusbeschrijving, een kleine laboratoriumstudie, een systematische review van kleine studies en een Cochrane-review. – [2] tot en met [4] en [9] tot en met [19] hebben we gecontroleerd in hun PubMed-vermeldingen en samenvattingen, [5] tot en met [8] op de pagina’s van het Cochrane Handbook zelf. [1] hebben we gelezen in de gepubliceerde pdf-tabel; de webpagina van het CEBM laadde bij ons niet. – De cijfers over tai chi in [19] komen uit de gepubliceerde samenvatting van de review. – De citaten uit ‘Onze labels’ komen van onze eigen website. Het citaat uit [8] geven we in het Engelse origineel en vertalen we.

Disclaimer

Dit artikel is alleen bedoeld als algemene informatie. Het is geen medisch advies en vervangt geen diagnose of behandeling door een arts of andere gekwalificeerde zorgverlener. Qigong en de zes klanken zijn traditionele beoefeningen; we beweren niet dat ze ziektes genezen, behandelen of voorkomen. Heb je een gezondheidsprobleem, ben je zwanger of twijfel je of een oefening bij je past, overleg dan eerst met je arts.

Vergelijkbare berichten