Woordenlijst: de belangrijkste woorden van Qigong, eenvoudig uitgelegd
De meeste begrippen beschrijven traditionele ideeën uit Qigong, de Chinese geneeskunde en het Chinese denken. Ze worden uitgelegd als traditie, niet als feiten over het lichaam. Waar onderzoek naar een onderwerp heeft gekeken, verwijst het begrip naar het artikel dat erover gaat.
Qigong heeft een eigen woordenschat, en hetzelfde woord kan in verschillende boeken iets anders betekenen. Deze woordenlijst geeft een korte, eenvoudige uitleg van de woorden die je in deze bibliotheek het vaakst tegenkomt, met de Chinese tekens en het pinyin (de standaardromanisering, met toontekens). Waar we een uitgebreider artikel hebben, linkt het begrip ernaar. De begrippen staan in alfabetische volgorde van de Nederlandse trefwoorden; kom je in een ander artikel een woord tegen dat je niet kent, dan kun je het hier opzoeken.
De begrippen van A tot Z
Acupunctuur- en acupressuurpunten (穴位, xuéwèi; kort 穴, xué, ‘holte’ of ‘grot’). In de Chinese geneeskunde benoemde punten op het lichaam, de meeste op de meridianen (zie Meridianen), die bij acupunctuur en acupressuur worden gebruikt. Sommige Qigong-leraren gebruiken puntnamen om aan te geven waar je je aandacht legt. Ze zijn een traditioneel begrip; wat onderzoek vond toen het zocht naar een lichamelijke basis voor punten en meridianen, staat samengevat in ‘Ren, du en de kleine hemelse kringloop: meridianen in geneeskunde en innerlijke alchemie’.
Bewijslabels. De markeringen bovenaan onze artikelen die laten zien hoe sterk het bewijs voor de hoofdbewering is: 🟢 Goed onderzocht, 🟡 Eerste aanwijzingen, 🔵 Alleen traditie en 🟠 Speculatief. 🟣 Ervaring uit de praktijk markeert wat beoefenaars merken; het staat altijd naast een bewijslabel, nooit in plaats daarvan. 📜 Gedocumenteerde geschiedenis markeert goed gedocumenteerde historische feiten. Zie ‘Onze labels: zo geven we het bewijs aan’.
Daoyin (导引, dǎoyǐn, ‘leiden en rekken’). De oude Chinese naam voor oefeningen die rekken, bewegen en ademen combineren. Een beschilderde daoyin-kaart werd in 168 v.Chr. in een graf in Mawangdui gelegd, en veel van de moderne Qigong is uit deze traditie gegroeid. Zie ‘Daoyin: van de kaart uit Mawangdui tot de moderne Qigong’.
Dantian (丹田, dāntián, ‘cinnaberveld’ of ‘elixerveld’). In daoïstische teksten drie plaatsen in het lichaam waar goden, essentie, qi en geest zetelen: een in de onderbuik, een in de borst of onder het hart, en een in het hoofd. Als een leraar gewoon ‘de dantian’ zegt, bedoelt hij of zij meestal de onderste. Zie ‘De drie dantians: wat de klassieke teksten zeggen’.
Drievoudige verwarmer (三焦, Sān Jiāo). Een van de zes ‘holle’ organen (fu) van de Chinese geneeskunde, verdeeld in een bovenste, een middelste en een onderste verwarmer. De klassieker Nànjīng (难经) zegt dat hij ‘een naam heeft maar geen vorm’. Hij hoort bij HEEE, de zesde klank. Zie ‘De drievoudige verwarmer: “een naam maar geen vorm”’.
Duan (段位, duànwèi, ‘duanrang’). Het systeem van graden voor beoefenaars van de Health Qigong-vormen in China, met graden van 1 tot 9. Het werd in 2014 bij wijze van proef ingevoerd; de huidige regels gelden sinds 2023. Een duangraad zegt iets over iemands niveau in bepaalde Health Qigong-vormen, niet over gezondheid. Zie ‘Qigong leren in deze tijd: hoe je een vorm, een leraar of lerares en betrouwbare informatie kiest’.
Health Qigong (健身气功, jiànshēn qìgōng). De Qigong-vormen die de Chinese sportadministratie heeft gestandaardiseerd. De eerste vier, uitgebracht in 2003, waren Yi Jin Jing, Wu Qin Xi, Liu Zi Jue en Ba Duan Jin; er zijn er meer gevolgd. Officieel worden ze gepromoot als sport, niet als therapie. Zie ‘Health Qigong: hoe de Chinese standaardvormen tot stand kwamen’.
Jing, qi en shen (精气神, jīng-qì-shén). Essentie, adem of levensenergie, en geest. Latere daoïstische teksten noemen ze de ‘drie schatten’ (三宝, sānbǎo), en de innerlijke alchemie beschrijft hoe het ene tot het volgende wordt verfijnd. Zie ‘Jing, qi en shen: de drie schatten van de innerlijke alchemie’.
Kleine hemelse kringloop, ren en du (小周天, xiǎozhōutiān, ‘kleine hemelse omloop’; 任脉, rènmài; 督脉, dūmài). Het ren-vat loopt aan de voorkant van het lichaam omhoog en het du-vat aan de achterkant. In de medische klassieken zijn ze twee van de acht ‘buitengewone vaten’ en vormen ze geen kring; de innerlijke alchemie verbond ze tot een kringloop, die in het Nederlands de kleine hemelse kringloop heet. Zie ‘Ren, du en de kleine hemelse kringloop: meridianen in geneeskunde en innerlijke alchemie’.
Liu Zi Jue (六字诀, Liù Zì Jué, ‘formule van zes tekens’). Een ademmethode waarbij elke uitademing de vorm krijgt van een van zes Chinese lettergrepen; in het Westen heet ze vaak Six Healing Sounds, in het Nederlands hier ‘de zes klanken’. De oudste bewaarde beschrijving staat in een tekst die traditioneel wordt toegeschreven aan de daoïstische geleerde Tao Hongjing (overleden 536), en in 2003 verscheen een standaardvorm van Health Qigong. Mijn beoefening van de zes klanken is geïnspireerd op Liu Zi Jue; de vorm die ik in mijn Immersies deel, is mijn eigen vorm. Zie ‘Liu Zi Jue: waar de zes klanken vandaan komen’.
Meridianen (经络, jīngluò, ‘meridianen en collateralen’: de hoofdbanen en hun vertakte netwerk). In de Chinese geneeskunde de banen waarlangs qi zou stromen en die de organen met de rest van het lichaam verbinden. In het Engels zegt deze bibliotheek meestal “channels”, ‘kanalen’; in het Nederlands is ‘meridianen’ het gangbare woord, en dat gebruiken we hier ook. Ze zijn een traditioneel begrip; onderzoek dat naar een lichamelijke basis zocht, leverde geen eenduidig resultaat op (zie Acupunctuur- en acupressuurpunten).
Neidan (内丹, nèidān, ‘innerlijk elixer’). De daoïstische traditie van de innerlijke alchemie, die de taal van de laboratoriumalchemie overnam en er een weg van innerlijke cultivering van maakte. Neidan maakt geen deel uit van mijn Immersies. Zie ‘Neidan, innerlijke alchemie: een inleiding voor beoefenaars’.
Neigong (内功, nèigōng, ‘innerlijk werk’ of ‘innerlijke vaardigheid’). In de eerste plaats een term uit de vechtkunsten voor vaardigheid die je binnen in het lichaam traint. Tegenwoordig wordt het woord ook gebruikt in verband met innerlijke alchemie, en als brede naam voor het van binnenuit cultiveren van adem, houding en aandacht. Zie ‘Wat is neigong? Een introductie’.
Neijia en waijia (内家, nèijiā, ‘interne school’; 外家, wàijiā, ‘externe school’). Het onderscheid tussen ‘interne’ en ‘externe’ vechtkunsten. Het verschijnt voor het eerst in een grafschrift uit 1669; in de jaren 1920 bracht Sun Lutang Taijiquan (太极拳, Tàijíquán), Xingyi en Bagua samen als de interne kunsten. Zie ‘Binnen en buiten: neijia, waijia en het grafschrift van 1669’.
Qi (气, qì). Adem, lucht, en in het Chinese denken de subtiele ‘adem’ van het leven, vaak vertaald als ‘levensenergie’. Het is een centraal begrip in de Chinese geneeskunde en in Qigong; op onze labelschaal krijgen ideeën over qi het label Alleen traditie. Wij kennen geen betrouwbaar bewijs dat een meester qi naar een ander kan sturen (zie ‘Wat is Qigong? Een introductie’).
Qigong (气功, qìgōng, ‘ademwerk’ of ‘qi-werk’). Een moderne overkoepelende naam voor Chinese beoefeningen die houding of beweging, ademhaling en aandacht combineren. De beoefeningen zijn oud; het woord in zijn moderne betekenis dateert van eind jaren 1940 en de jaren 1950. Zie ‘Wat is Qigong? Een introductie’ en ‘Hoe de moderne Qigong ontstond: Liu Guizhen, Tangshan en Beidaihe’.
Song (松, sōng, ‘ontspannen’ of ‘los’). De kwaliteit van ontspannen en losgelaten zijn terwijl je rechtop, alert en geworteld blijft: ontspannen zonder in te zakken. In traditionele tekens, zoals in de oudere teksten, schrijf je het als 鬆; in vereenvoudigde tekens is het hetzelfde teken als voor ‘den’, de boom. Zie ‘Song 松: ontspannen en geworteld – ontspanning zonder inzakken in de innerlijke tradities’.
Taiji en Taijiquan (太极, tàijí, ‘het opperste uiterste’; 太极拳, tàijíquán). Taiji is een begrip uit de Chinese filosofie, vaak weergegeven als het diagram van yin en yang. Taijiquan is de interne vechtkunst die ernaar is genoemd; in teksten over de vechtkunst heet die vaak kortweg Taiji. In deze woordenlijst bedoelen we met ‘taiji’ in de begrippen Wuji en Yin en yang het filosofische begrip. Onderzoek bestudeert Qigong en Taijiquan vaak samen; zie ‘Qigong en Taijiquan: wat systematische reviews zeggen’.
TCM. Afkorting van traditionele Chinese geneeskunde (中医, zhōngyī, letterlijk ‘Chinese geneeskunde’). In deze bibliotheek zeggen we meestal gewoon ‘Chinese geneeskunde’. Veel ideeën uit Qigong, zoals qi, de meridianen, de orgaansystemen en de Vijf Fasen, komen eruit voort; we brengen ze als traditionele begrippen, niet als anatomie of bewezen fysiologie.
Vijf Fasen of Vijf Elementen (五行, wǔxíng). Hout, vuur, aarde, metaal en water: een traditioneel systeem dat seizoenen, kleuren, tonen, organen en nog veel meer in vijf bij elkaar horende groepen verbindt. Veel boeken spreken van de Vijf Elementen; deze bibliotheek zegt meestal Vijf Fasen, naar de term “five phases” in de standaardterminologie van de WHO, omdat de vijf worden opgevat als fasen van verandering en niet als stoffen. De verbanden zijn traditionele theorie, geen geteste bevindingen. Zie ‘De Chinese vijf tonen en de Vijf Fasen’.
Wuji (无极, wújí, ‘zonder grens’). In de Chinese filosofie de grenzeloze, ongedeelde toestand. De daoïstische kosmologie en veel Qigong-tradities plaatsen hem vóór taiji, het filosofische begrip (zie Taiji en Taijiquan): uit wuji komt taiji voort, en uit taiji yin en yang. De zin 无极而太极 van Zhou Dunyi kun je zo lezen, of, zoals Zhu Xi hem las, als twee namen voor één werkelijkheid. In Qigong is wuji ook de naam van een rustige staande houding. In mijn Immersies beoefenen we de klanken staand, in de wuji-houding, voor wie comfortabel kan staan. Over staande beoefening in het algemeen, zie ‘Stilte en houding: zit- en staoefeningen in de innerlijke tradities’.
Yi (意, yì). Intentie of aandacht: de geest die zich op iets richt. Veel innerlijke beoefeningen zeggen dat de geest leidt en dat de adem, de qi en het lichaam volgen. Zie ‘Leiden met de geest: yi, intentie en visualisatie in de innerlijke tradities’.
Yin en yang (阴阳, yīnyáng). De paarsgewijze tegenstellingen van het Chinese denken, zoals schaduw en zon, rust en beweging, binnen en buiten. Het zijn geen vaste dingen, maar twee kanten van een veranderend evenwicht; het taiji-diagram toont ze als twee helften die toe- en afnemen. De Chinese geneeskunde gebruikt het paar om het lichaam in traditionele termen te beschrijven.
Zes klanken. De Engelse naam Six Healing Sounds staat voor Liu Zi Jue en voor mijn eigen, daarop geïnspireerde beoefening met muziek; in het Nederlands zeg ik ‘de zes klanken’. Op deze website worden de zes klanken geschreven als aangehouden klanken in een spelling voor Engelstaligen, hier in de volgorde waarin ik ze deel, telkens met het orgaan waaraan de klank in de traditionele theorie is gekoppeld:
- SSSSS (呬, sī; in woordenboeken gelezen als xì, in de beoefening van Liu Zi Jue uitgesproken als sī): longen
- CHOOO (吹, chuī): nieren
- SHHHH (嘘, xū): lever
- HAAAA (呵, hē): hart
- WHOOO (呼, hū): milt
- HEEE (嘻, xī): drievoudige verwarmer
De standaardvorm van Health Qigong uit 2003 gebruikt een andere volgorde: xū, hē, hū, sī, chuī, xī. De koppelingen met organen zijn traditionele theorie, geen anatomie, en ze zijn in de loop van de eeuwen veranderd. Zie ‘Klinkers en formanten: de akoestiek van de zes klanken’.
Zes wortels van Qigong. Een manier om Qigong in te delen naar waar een beoefening vandaan komt en waarvoor ze diende. Veel boeken delen Qigong in vijf wortels in: Medisch, Vechtkunst, Daoïstisch, Boeddhistisch en Confucianistisch. Ik voeg er een zesde aan toe voor de adem- en bewegingstradities van de etnische minderheden in China; mijn leraar Bob Lowey noemt deze wortel Etnische Qigong. De zes zijn:
- Medische Qigong (医家气功, yījiā qìgōng): de daoyin-oefeningen en hun gebruik in de traditionele geneeskunde.
- Vechtkunst-Qigong (武术气功, wǔshù qìgōng): training voor vechtvaardigheid en ontspannen, gecoördineerde kracht.
- Daoïstische Qigong (道家气功, dàojiā qìgōng): daoïstische zelfcultivering, met onder meer de drie dantians en de innerlijke alchemie.
- Boeddhistische Qigong (佛家气功, fójiā qìgōng): meditatie gericht op bevrijding, niet op gezondheid.
- Confucianistische Qigong (儒家气功, rújiā qìgōng): morele zelfcultivering en stil zitten.
- Etnische Qigong: de adem- en bewegingstradities van de etnische minderheden in China. Chinese lijsten noemen in plaats daarvan vaak ‘volks-Qigong’ (民间气功, mínjiān qìgōng).
De wortels overlappen, en de meeste beoefeningen horen bij meerdere. Zie ‘De zes wortels van Qigong’.
Zhan zhuang (站桩, zhànzhuāng, ‘staan als een paal’). Lang stilstaan in een vaste houding, het bekendst door de bokser Wang Xiangzhai (1885–1963). Het wordt meestal tot de Vechtkunst-wortel van Qigong gerekend. Zie ‘Stilte en houding: zit- en staoefeningen in de innerlijke tradities’.
Zouhuo rumo (走火入魔, zǒuhuǒ-rùmó, ‘het vuur gaat de verkeerde kant op en je raakt in het demonische’). De traditionele uitdrukking voor innerlijke beoefening die misloopt. Voelt er tijdens het oefenen iets verkeerd aan, stop dan en adem gewoon door; gaat het gevoel niet over, praat dan met een arts of een andere gekwalificeerde zorgverlener. Zie ‘Zouhuo rumo: als de beoefening misloopt’ en ‘Wie voorzichtig moet zijn met ademoefeningen’.
Vond je dit artikel waardevol? Haal dan mijn gratis oefengids voor de zes klanken in huis. Schrijf je hieronder in, bevestig je e-mailadres en hij komt eraan.
Disclaimer
Dit artikel is alleen bedoeld als algemene informatie. Het is geen medisch advies of behandeling en vervangt geen diagnose door een arts of andere gekwalificeerde zorgverlener. Qigong en de zes klanken zijn traditionele beoefeningen; we beweren niet dat ze ziektes genezen, behandelen of voorkomen. Heb je een gezondheidsprobleem, ben je zwanger of twijfel je of een oefening bij je past, praat dan eerst met je arts.
